Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven

Het klooster Sint Agatha

Het Erfgoedcentrum voor Nederlands Kloosterleven is gevestigd in het Kruisherenklooster van Sint Agatha, gesticht in 1371. Sint Agatha is het oudste nog bestaande klooster van Nederland. Op deze pagina vindt u informatie over de geschiedenis van dit kloostercomplex en zijn bewoners. (NB. Informatie over de huidige situatie en activiteiten vindt u via: www.kloostersintagatha.nl.)

De Kruisheren

Oorsprong

De Orde van het Heilig Kruis is ontstaan in de buurt van Luik. Rond 1210 leggen enkele kanunniken, onder leiding van Theodorus van Celles, kloostergeloften af en vestigen zich in Hoei aan de Maas. Ze noemen zich Kruisbroeders. Later zal deze naam wijzigen in Kruisheren, mede ter onderscheiding van de kloosterlingen in de bedelorden.

In 1248 keurt paus Innocentius IV de statuten van de nieuwe kloostergemeenschap goed. Officieel heten de leden dan: Reguliere kanunniken van de Orde van het Heilig Kruis (Ordo Sanctae Crucis). Zij dragen een wit habijt, een zwart scapulier en daarop een rood-wit kruisteken. Ze combineren (koor)gebed met pastorale zorg aan mensen in de omgeving. De Kruisheren volgen de regel van Augustinus.

Spiritualiteit

Het kruis van Christus speelt binnen de orde een centrale rol. Volgens de overlevering vindt Sint Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, rond 325 in Jeruzalem het kruis waaraan Christus gestorven is. Als christenen in de middeleeuwen strijden tegen de moslims die Jeruzalem hebben ingenomen, worden die gevechten dan ook kruistochten genoemd. Theodorus van Celles is bij de kruistochten betrokken en raakt ervan overtuigd dat Gods rijk niet met wapengeweld gerealiseerd kan worden. Noodzakelijk is slechts de navolging van de gekruisigde Christus. Tolerantie en protest tegen onechtheid en onderdrukking zijn belangrijke kenmerken van de spiritualiteit van de Kruisheren. In de loop van de geschiedenis komt soms de nadruk te liggen op de devotie tot het kruis of de verheerlijking van Christus' lijden, maar daartegen rijst dan protest.

De patroonheiligen van de orde zijn Sint Helena (zie boven) en Sint Odilia van Keulen. De laatste heilige verschijnt volgens de overlevering in de 13e eeuw aan de Kruisbroeder Johannes van Eppa in Parijs. Zij meldt dat zij de orde zal beschermen en vertelt waar in Keulen haar relieken begraven liggen. Deze worden opgegraven en overgebracht naar Hoei.

Een bewogen geschiedenis

In de 15e eeuw staan de Kruisheren onder invloed van de Moderne Devotie. Dit leidt tot een hervorming en strengere praktijken met betrekking tot het gezag, privébezit en het onderhouden van de stilte. De orde bloeit op: de Kruisheren bewonen in de middeleeuwen tientallen kloosters, verspreid over heel West-Europa. De Reformatie betekent echter een breuk in deze ontwikkeling. Veel kloosters in het Rijnland en in de Lage Landen worden opgeheven. In Engeland laat Hendrik VIII alle kloosters sluiten. Alleen de kloosters van Sint Agatha (gesticht in 1371) en Uden (gesticht in 1639) overleven de Reformatie en de Franse Tijd. Als Koning Willem II in 1840 Nederlandse kloosters toestaat om weer novicen aan te nemen, zijn er nog slechts vier Kruisheren over.

Hoewel de orde in vergelijking met andere steeds klein zal blijven, komt zij tot nieuwe bloei. Oude stichtingen worden heropgericht. Naast hun traditionele taken beheren de Kruisheren nu ook middelbare scholen. In het begin van de 20e eeuw vestigt de orde zich eveneens in Noord-Amerika en vanaf 1920 nemen de Kruisheren missies aan in Congo, Indonesië en Brazilië. In de jaren zestig van de 20e eeuw deelt de orde in Europa in de algehele vergrijzing van het kloosterleven. Zij viert in september 2010 haar achthonderdjarig bestaan met een internationale bijeenkomst in het klooster van Sint Agatha. De orde telt momenteel ca. 450 leden en heeft haar zwaartepunt in Congo en Indonesië.

Het klooster van Sint Agatha

Geschiedenis

In 1371 trekken vanuit Asperen enkele Kruisheren naar Sint Agatha. Daar ligt langs de Maas een kapel, gesticht rond 1300. Naast die kapel bouwen de Kruisheren een klooster dat weldra tot bloei komt. In de 15e eeuw wordt de kapel vergroot tot haar huidige vorm. Tot aan de Reformatie neemt het grondbezit van het klooster gestaag toe, door schenkingen en aankoop. Bij de 15e-eeuwse hervorming van de orde staat het klooster van Sint Agatha model. Er wonen dan ca. 20 kloosterlingen, die zich voornamelijk bezighouden met koorgebed, studie, het schrijven van boeken, handenarbeid en pastorale taken.

Vanaf de Tachtigjarige Oorlog wordt er aan de positie van het klooster getornd. Rond 1580 plunderen de Spanjaarden een groot deel van de gebouwen, maar de Kruisheren zorgen voor herstel. Rond 1650 opent het kloosters zelfs een Latijnse School, waarvan de fundamenten tot op heden bewaard zijn gebleven. Mede dankzij de steun van de prinsen van Oranje weten de Kruisheren de periode van de Reformatie en Franse Tijd met vallen en opstaan te overleven. Wel raken ze al hun grondgebied kwijt en moeten zij hun klooster van de staat huren. Pas in 1886 wordt overeengekomen dat zij het kloostercomplex terugkrijgen, sindsdien moederhuis van de orde. Het voormalige grondgebied vervalt echter aan het rijk.

Tussen 1855 en 1956 is Sint Agatha de woonplaats van de magister-generaal, de hoogste overste. Tot 1967 is het klooster ook het opleidingshuis van de Kruisheren, met als gevolg dat de middeleeuwse bibliotheek wordt aangevuld met eigentijdse literatuur. De kloosterbibliotheek van Sint Agatha is in Nederland de enige die steeds ter plekke bewaard is gebleven. Om die reden is de hele collectie boeken en handschriften tot 1800 geplaatst onder de Wet Behoud Cultuurbezit Nederland, in totaal ca. 10.000 banden. Het klooster herbergt enkele handschriften die daar rond 1500 door Kruisheren zijn geschreven.

Gebouwencomplex

Het klooster van Sint Agatha heeft een klassieke vorm: vier kloostervleugels met een hof in het midden. Het is een rijksmonument. Oude delen zijn met name de kloosterkerk, de pandgangen, enkele kelders en de muren die om de tuin staan. Vaak is er in de loop van de tijd ver- en herbouwd. Zo is na een grote brand in 1944 de kloosterkerk hersteld. Binnen de kloostermuren ligt een tuin van ca. drie hectare: één van de best bewaarde kloostertuinen van Nederland. De drie klassieke functies van een kloostertuin zijn er behouden gebleven: een economische, recreatieve en religieuze functie.

Door de terugloop van het aantal kloosterlingen kwam rond 1990 een deel van de kloostergebouwen leeg te staan. In 2006 vestigden de gezamenlijke Nederlandse kloostergemeenschappen hier het Erfgoedcentrum voor Nederlands Kloosterleven. De westvleugel van het klooster is voor de nieuwe bestemming gerenoveerd. Daarnaast verrees een nieuw archief- en bibliotheekdepot.

Een plattegrond van het kloosterterrein

Een plattegrond van het kloosterterrein

Legenda

Gebouwen

A. Poortgebouw en kloostermuur

B. Kloosterkerk

C. Woongedeelte

D. Depot Erfgoedcentrum

E. Erfgoedcentrum

F. Schuren en werkplaatsen

G. Voorraadkelder

P. Parkeerplaats

Tuin

1. Pandhof

2. Moestuin

3. Boomgaard

4. Monumentale bomen

5. Visvijvers

6. Breviertuin

7. Weide

8. Beukenlaantje (fietspad)