Zoeken in collecties

Uw zoekacties: Voorwerpencollectie
Voorwerpencollectie

Als u op een afbeelding klikt, vind u meer informatie over het voorwerp. U kunt zoeken door: 

 

  • Het intypen van een woord in het zoekveld. U vindt dan resultaten als het woord letterlijk in de catalogus voorkomt.
  • Met behulp van de selectiefilters die onder het zoekveld staan (kloosterorganisatie, trefwoord).

 

 
 

Handig om te weten: als u beschrijvingen wilt zien in plaats van afbeeldingen, klik dan bij 'weergave' op: Tabelweergave. 

 

Filter: Schilderijenx
beacon
185  voorwerpen
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-P017-Ag1462 Drieluik met kruisherenkruis
Toelichting:
In het centrale deel een kruisherenkruis met 3 nagelen in de tussenruimten. Een geknielde figuur (Jezus?) kijkt omhoog naar de kelk met de H. Eucharistie en de vier waterstromen; daarnaast 2 herten. Links: Engel met Maria. Rechts: Jezus met een zittende figuur. Aan de keerzijden van de vleugels engelen met wierook
Deelcollectie:
Kruisheren
Materiaal/techniek:
Inlegwerk koper in hout, geschilderd in art nouveau stijl
Breedte in cm:
73
Hoogte in cm:
45,5
Organisatietrefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-P017-Ag0089c Drieluik: Aanbidding der Herders
Toelichting:
Rechterluik: Aanbidding der herders. Rechtsonder Maria, zittend, het Kind ligt in de kribbe. Rondom een groot aantal personen, mannen en vrouwen, geknield of staand, kijkend naar het Kind of sprekend met elkaar. Schematische aanduiding van de ruimte. Rechts een doorkijk naar de stal met os en ezel. In de bovenzône een wolkenpartij met engelen; één van hen staande met een tekstbanderol.
Vervolg tekst Opmerkingen: Het is niet ondenkbaar dat de opdracht tot dit werk door de Kruisheren van St. Agatha zelf is gegeven en wel rond 1609, toen zij hun klooster, dat in 1580 grotendeels was verwoest, gingen herstellen.Op de tekening van J. van Boldrik hangt het middendeel tegen de zuidwand van de paterskerk, terwijl tegen de noordwand het rechterluik met de Aanbidding nog zichtbaar is. De triptiek te Bingen, die wordt beschouwd als het belangrijkste werk van Van Blocklandt, heeft een bewogen geschiedenis. Zij is nagenoeg zeker vervaardigd voor de Utrechtse Buurkerk, die aan Maria was toegewijd, en is in 1579 voltooid. Zo dit werk al in deze kerk geplaatst is geweest, heeft het er toch maar heel kort gehangen. In de eerste helft van juni van genoemd jaar 1579 vond in deze stad namelijk een tweede beeldenstorm plaats en op de 15de van die maand kwam de kerk in Calvinistische handen. Het drieluik is toen in privaat bezit gekomen. Volgens Carel van Mander bevond het zich rond 1600 bij "Jofvrouw" van Honthorst, die te Utrecht achter de Dom woonde. Later is het mogelijk enige tijd eigendom geweest van Paulus Potter en na diens dood via zijn weduwe terecht gekomen bij de familie Van Reenen, met een lid waarvan zij in 1661 trouwde. In 1807 schijnt het te zijn aangeboden aan Lodewijk Napoleon, de koning van Holland, ten behoeve van zijn hofkapel. De transactie zou niet zijn doorgegaan omdat het te groot bleek te zijn. Nadat het sinds 1820 enige malen in de verkoop was geweest werd het in 1846 bezit van de hertog van Nassau en verhuisde het naar Duitsland.
Vervolg onder NB
Datering:
1600-1625
Deelcollectie:
Kruisheren
Vervaardiger:
Ongesigneerd; kopie naar Anthony van Montfoort, genaamd Blocklandt
Lengte in cm:
308
Breedte in cm:
290
Opmerkingen:
Volgens sommigen is het sedertdien lange tijd spoorloos geweest. Later onderzoek bracht evenwel aan het licht, dat een onbekende eigenaar het een vijftiental jaren het in bruikleen heeft gegeven aan een Keuls museum. Kort voor 1872 werd het verworven door de burgemeester van Bingen, F. Allmann, die het op 30 maart van dat jaar schonk aan de plaatselijke parochiekerk.
In 1759 graveerde P.C. La Fargue een kopie van de triptiek te Bingen. Anthonie van Montfoort genaamd Blocklandt (Montfoort 1532 - Utrecht 1583), geboren als zoon van schout Cornelis van Montfoort. Hij ontving aanvankelijk in Delft van zijn oom Hendrik enig onderricht in de schilderkunst. Daarna was hij een aantal jaren in de leer bij Frans Floris te Antwerpen. In 1552 keerde hij terug naar zijn vaderland en huwde er met Geertruydt Cornelisdochter, kind van een burgemeester. Kort daarna trok hij naar Delft waar hij, bevriend zijnde met Cornelius Musius, zich vooral bezighield met naaktstudies. In 1572 verbleef hij enige maanden te Rome waar hij het werk van Parmeggiano bestudeerde. In september van dat jaar woonde hij weer te Montfoort, vijf jaar later werd hij lid van het gilde te Utrecht. Hij trouwde er voor de tweede maal en betrok er het voormalige Catharinaklooster. De werken, die met zekerheid aan hem kunnen worden toegeschreven getuigen van een onpersoonlijk maniërisme. Meerdere van zijn werken zijn verloren gegaan. Behalve religieuze voorstellingen schilderde hij ook mythologische scènes en enige portretten. H. Wiercx, H. Goltzius en met name Ph. Galle vervaardigden gravures naar zijn tekeningen. M.J. Mierevelt behoorde tot zijn leerlingen; deze schilderde zijn meester op diens doodsbed

Documentatie:
Literatuur: "Inventarisatie-rapport Klooster St. Agatha", Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland (SKKN), 2 delen: tekst en foto's, 1996, inv. nr. 89c; C.R. Hermans, “Annales canonicorum regularium S. Augustini, Ordinis S. Crucis”, Deel I-III (Silvae-ducis 1858), I (2), p. 204, nr. 25; C. Kramm, "De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters [etc]", Amsterdam 1860, Deel 4, p. 1144-1146; "Oud-Holland" XLV (1928), p. 159-176, afb. 8,9; XLVI (1929), p. 140, p. 141 (afb.); XLVII (1930), p. 67-70; LII (1935), p. 21; 82 (1967), p.116-127; I. Jost, "Studien zu Anthonis Blocklandt, mit einem vorläufigen beschreibenden Oeuvre-Verzeichnis", Köln 1960 (Diss.), p. 79-90, p. 136-144; W. van Leeuwen, “Langs de oude Brabantse kerken; Westelijk Brabant”, Baarn 1974, p. 110; "Kunst voor de Beeldenstorm", Tentoonstellingscatalogus Amsterdam, Rijksmuseum, ('s-Gravenhage 1986), p. 154-155 (en afb. 258), p. 419; "Nieuw Licht op de Gouden Eeuw; Hendrick ter Brugghen en tijdgenoten",Tentoonstellingscatalogus Utrecht/Braunschweig (Braunschweig 1987), p. 276-279, noot 14; L.C.B.M. van Liebergen red, “'waer een paradis". Kloosterleven in Brabant na de Reformatie, Tentoonstellingscatalogus Uden 1987, p. 127, afb. 128a (tekening van Boldrik)
Trefwoorden:
Organisatietrefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-P017-Ag0089a Drieluik: Annunciatie
Toelichting:
Linkerluik: Annunciatie. Linksvoor Maria op één knie, de linkerhand op de borst, opziend naar de engel, die het spreekgebaar maakt, een lelietak in de linkerhand. Vóór Maria een krukje met opengeslagen Oude Testament, staande op een ander boek. De rechterpagina begint met "ISAIAS", de linkerpagina met "CAPITE VII". De Latijnse tekst is grotendeels zichtbaar. Verder op de voorgrond een mandje met een lap stof, een schaar en een boek. Links van de engel de Geestesduif en een aantal engeltjes op een wolkendek. Ook boven de engel Gabriel engeltjes temidden van wolken
Datering:
1600-1625
Deelcollectie:
Kruisheren
Vervaardiger:
Ongesigneerd; kopie naar Anthony van Montfoort, genaamd Blocklandt
Plaats vervaardiging:
Noordelijke Nederlanden
Materiaal/techniek:
Olieverf op linnen
Lengte in cm:
308
Breedte in cm:
290
Opmerkingen:
Het drieluik te St. Agatha is, afgezien van vorm en formaat, voor het grootste gedeelte een nauwkeurige kopie van het drieluik van de hand van Anthony van Blocklandt, dat sedert 1872 in het bezit is van de Pfarrkirche Sankt Martin in Bingen am Rhein (middenpaneel 285 x 245 cm, zijluiken 246 x 89 cm, afmetingen uit cat.tent. 1986). Dit laatste werk is duidelijk bedoeld om in een Mariakerk te worden geplaatst, i.c. hoogstwaarschijnlijk de Buurkerk te Utrecht. Het beeldt namelijk drie hoogtepunten uit van het Mariaverhaal, te weten: de Aankondiging (linkerluik), de Aanbidding door de herders (rechterluik) en de Ten Hemelopneming (middenstuk). De vervaardiger van de triptiek te St. Agatha had kennelijk de opdracht de Christusfiguur centraal te stellen. Daarom componeerde hij: zijn Aankondiging (linkerluik), zijn Komst temidden van de mensen, vertegenwoordigd door de herders (rechterluik) en zijn Hemelvaart (middenstuk).
Het rechterluik heeft deze schilder in zijn totaliteit ongewijzigd overgenomen. Wel heeft hij in de beide bovenhoeken enige engeltjes meer geschilderd om deze te vullen. Hij zal zich hiertoe genoodzaakt hebben gevoeld vanwege de andere vorm - niet getoogd - en het andere formaat van zijn werk. Ook in het linkerpaneel heeft hij om dezelfde reden in de rechterboven¬hoek enige engelenfiguurtjes toegevoegd. In dit paneel is voor het overige alles ook identiek aan het Bingense voorbeeld behalve juist de hoofdfiguur, Maria. Deze is volkomen verschillend en qua houding en blikrichting veel minder in gespannen verrassing opkijkend dan de oorspronkelijke. Mogelijk heeft hij een Mariavoorstelling uit een ander werk gekopieerd. De in het werk te Bingen op het Annunciatieluik afgebeelde Maria heeft hij overgebracht naar het middendoek. In Bingen is op dit gedeelte van het werk in het midden de geopende sarcofaag te zien waaruit Maria is verdwenen terwijl ze omstuwd door engelen ten hemel wordt opgenomen. Vervolg tekst Opmerkingen: zie bij Ag/0089/b
Documentatie:
Literatuur: "Inventarisatie-rapport Klooster St. Agatha", Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland (SKKN), 2 delen: tekst en foto's, 1996, inv. nr. 89a; C.R. Hermans, “Annales canonicorum regularium S. Augustini, Ordinis S. Crucis”, Deel I-III (Silvae-ducis 1858), I (2), p. 204, nr. 25; C. Kramm, "De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters [etc]", Amsterdam 1860, Deel 4, p. 1144-1146; "Oud-Holland" XLV (1928), p. 159-176, afb. 8,9; XLVI (1929), p. 140, p. 141 (afb.); XLVII (1930), p. 67-70; LII (1935), p. 21; 82 (1967), p.116-127; I. Jost, "Studien zu Anthonis Blocklandt, mit einem vorläufigen beschreibenden Oeuvre-Verzeichnis", Köln 1960 (Diss.), p. 79-90, p. 136-144; W. van Leeuwen, “Langs de oude Brabantse kerken; Westelijk Brabant”, Baarn 1974, p. 110; "Kunst voor de Beeldenstorm", Tentoonstellingscatalogus Amsterdam, Rijksmuseum, ('s-Gravenhage 1986), p. 154-155 (en afb. 258), p. 419; "Nieuw Licht op de Gouden Eeuw; Hendrick ter Brugghen en tijdgenoten",Tentoonstellingscatalogus Utrecht/Braunschweig (Braunschweig 1987), p. 276-279, noot 14; L.C.B.M. van Liebergen red, “'waer een paradis". Kloosterleven in Brabant na de Reformatie, Tentoonstellingscatalogus Uden 1987, p. 127, afb. 128a (tekening van Boldrik)
Trefwoorden:
Organisatietrefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-P017-Ag0089b Drieluik: Hemelvaart van Christus
Toelichting:
Hemelvaart van Christus. Middenboven in het beeldvlak Christus opstijgend ten hemel. Aan zijn voeten twee engelen. Aan weerszijden op een wolkendek engelen met snaarinstrumenten en engelen lezend in boeken. Linksboven een mannen- en een vrouwenfiguur. In de benedenhelft van het doek een groot aantal personen veelal in gebedshouding en opkijkend ten hemel. Rechts van het midden Maria en Johannes. Rechts van de geknielde vrouwenfiguur vooraan in het beeldvlak een grijsaard lezend in een boek. Op de linkerpagina ervan "ACTA APOSTOLORV[M] / Viri Galilei quid statis aspicietes in coelum hic jesus qui [...]". Op de rechterpagina "CAPIT[...] in diebus illis exsurgens Petrus in medio Fratrum dixit [...]"
Datering:
1600-1625
Deelcollectie:
Kruisheren
Vervaardiger:
Ongesigneerd; kopie naar Anthony van Montfoort, genaamd Blocklandt
Lengte in cm:
308
Breedte in cm:
290
Opmerkingen:
Omdat de vervaardiger van het werk te St. Agatha, zoals gezegd, de Hemelvaart wilde of moest afbeelden, kon hij geen sarcofaag schilderen. Hij vulde de opengevallen plaats met de gespannen en verrast omhoogziende Maria van de Annunciatie. Bijna alle overige figuren in dit deel zijn identiek aan die te Bingen. Als hoofdfiguur, de ten hemel opstijgende persoon, is Maria ver¬vangen door Christus. Opmerkelijk hierbij is dat hij is afgebeeld in een pose die meer doet denken aan zijn Verrijzenis dan aan zijn Hemelvaart. Van de personen die te Bingen rechts van de sarcofaag staan en naar omlaag kijken in deze lege tombe - waar volgens de overlevering bloemen bloeiden - heeft de schilder van het werk te St. Agatha er enige weergegeven met het hoofd omhoog gericht; enige anderen evenwel gaf hij weer zoals zijn voorbeeld ze vertoonde, namelijk met neerwaartse blik. Ook in dit middenstuk heeft de kopiïst in de bovenhoeken extra engelen geschilderd om deze vol te krijgen. Aangezien enige van deze laatste figuren hun hoofd geheel of gedeeltelijk missen, is de veronderstelling gewettigd, dat het doek ooit aan de bovenzijde is afgesneden. Dit gegeven kan ook de verklaring zijn voor het feit, dat het middengedeelte van het werk minder hoog is dan de zijstukken. De achterzijden van de luiken te Bingen zijn beschilderd, zodat deze in gesloten toestand nog als als sierraad fungeren. Die te St. Agatha hebben een dergelijke beschildering niet, mogelijk omdat de gewoonte om altaarretabels te sluiten op het einde van de zestiende eeuw of in het begin van de zeventiende in onbruik raakte. De drie panelen van het drieluik te Bingen zijn aan elkaar bevestigd, die van St. Agatha niet. Bovendien zijn ze, in tegenstelling tot dit werk, getoogd. Volgens Hermans stelt het middenluik te St. Agatha de Ten Hemelopneming van Maria voor. Dit is duidelijk een vergissing. Uit een voetnoot blijkt dat ook hij aan de onvolledige figuren constateerde. Vervolg tekst Opmerkingen, zie Ag/0089/c
Documentatie:
Literatuur: "Inventarisatie-rapport Klooster St. Agatha", Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland (SKKN), 2 delen: tekst en foto's, 1996, inv. nr. 89b; C.R. Hermans, “Annales canonicorum regularium S. Augustini, Ordinis S. Crucis”, Deel I-III (Silvae-ducis 1858), I (2), p. 204, nr. 25; C. Kramm, "De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters [etc]", Amsterdam 1860, Deel 4, p. 1144-1146; "Oud-Holland" XLV (1928), p. 159-176, afb. 8,9; XLVI (1929), p. 140, p. 141 (afb.); XLVII (1930), p. 67-70; LII (1935), p. 21; 82 (1967), p.116-127; I. Jost, "Studien zu Anthonis Blocklandt, mit einem vorläufigen beschreibenden Oeuvre-Verzeichnis", Köln 1960 (Diss.), p. 79-90, p. 136-144; W. van Leeuwen, “Langs de oude Brabantse kerken; Westelijk Brabant”, Baarn 1974, p. 110; "Kunst voor de Beeldenstorm", Tentoonstellingscatalogus Amsterdam, Rijksmuseum, ('s-Gravenhage 1986), p. 154-155 (en afb. 258), p. 419; "Nieuw Licht op de Gouden Eeuw; Hendrick ter Brugghen en tijdgenoten",Tentoonstellingscatalogus Utrecht/Braunschweig (Braunschweig 1987), p. 276-279, noot 14; L.C.B.M. van Liebergen red, “'waer een paradis". Kloosterleven in Brabant na de Reformatie, Tentoonstellingscatalogus Uden 1987, p. 127, afb. 128a (tekening van Boldrik)
Trefwoorden:
Organisatietrefwoorden:
Bestanden Bestanden